Kunstgeschiedenis
Kunstgeschiedenis voor de hogere graad (2 en 3de jaar)
‘Kunstgeschiedenis’ is een verplicht vak in het tweede en derde jaar van de hogere graad, uitgezonderd voor de afdelingen architectuur-tekenen, binnenhuiskunst, glaskunst en kunstambachten.
In 10 avonden proberen we de angsten en vooroordelen die er ten opzichte van het vak leven een plaats te geven en om te buigen naar een nieuwsgierigheid en verlangen om kennis en inzichten te verwerven. We ontdekken de relaties die een rol spelen in de ontwikkeling van kunst: waarom komen net die onderwerpen aan bod komen en geen andere, waarom veranderen stijlkenmerken op een bepaald moment,... ?
De leerlingen leren op kritische wijze kunstwerken analyseren en nadenken over kunst en kunstopvattingen.
Bijzondere kunstgeschiedenis voor de specialisatiegraad
Onder de benaming ‘bijzondere kunstgeschiedenis’ is het een verplicht vak in alle eerste jaren van de specialisatiegraad.
De leerling begint met een onderzoek naar zijn/haar artistieke doelstellingen en ambities door zijn/haar werk tegenover de historische of hedendaagse kunstgeschiedenis te plaatsen en eventuele affiniteiten ermee te verwoorden.
Daarna worden in samenspraak de gewenste lesonderwerpen vastgelegd.